Friday, April 25, 2008
Lost in IBW
Monday, April 21, 2008
deconstructie en de ontnuchterende eenvoud van IBW
Wednesday, April 2, 2008
vaderschap
Trotse ouders: hoera, they still disgust me!
Ik weet de occasioneel voorkomende esthetiek van het mannelijke lichaam zeker te waarderen. Wanneer ik in de trein een welgevormd manspersoon opmerk, ga ik me dan ook strategisch pal tegenover hem plaatsen. Schone blauwe ogen, een ruwe stoppelbaard, volmaakte tanden en een sympathieke tot zelfs schattige glimlach: met zo'n panorama kan een meisje zich wel zoet houden tijdens de lange treinreis.
Maar dat is buiten het vaderschap gerekenend!
Van zodra ik me met mijn inmiddels legendarische elegantie neerpoef op zo'n viezige nmbszetel, begint het vaderschap prompt tegen zijn minder welgevormde kameraad te emmeren over zijn “happy family”, in díe woorden. Zijn verse zoon van zes maanden kan al bijna op zijn poep zitten – o zo schattig – en herkent zijn papa wanneer die thuiskomt. De kleine nieuwe mens kijkt dan erg blij en het vadertje vertederd. “Dát... is het liefste wat er is”, voegt de jongeman eraan toe. En hoe zijn frisse echtgenote met het ding omgaat... “jaja, one happy family”, herhaalt hij dromerig.
De ontroering maakt van zijn sympathieke glimlach een slijmspoor. De schone blauwe ogen gaan twinkelen bij de gedachte aan de thuiskomst. Het vaderschap spuit langs elke porie van zijn lichaam naar buiten. En ik denk: haal een bakje! Ik moet overgeven!
Thursday, March 20, 2008
Claus is dood (2)
Mijn morbide enthousiasme wordt steeds groter. Ik was daarnet in een krantenwinkel. Alle kranten uniform sober grijs met een paginagroot portret van de grote dode. In De Standaard – de krant waarvoor ik toevallig nog een bonnetje zitten had – krijgen we pas op pg. 4 het eerste nieuws over Leterme I, het huidige verdriet van België, het nieuws dat vandaag echt van belang moest zijn. We hebben een regering, maar who cares? Of het toeval is of niet, is zelfs niet relevant. Claus mag dan al jaren niets meer geschreven hebben, zijn laatste statement, daar kunnen we niet naast kijken.
Wednesday, March 19, 2008
Claus is dood
Claus is dood.
In tegenstelling tot wat iedereen vandaag zegt, en hoort te zeggen, is dat geen verlies voor “Vlaanderen”, “Belgie”, “de literatuur” of wat dan ook. Dat Claus dood is, is een groot verlies voor zijn vrouw, zijn kinderen en zijn vrienden. Dat Claus dood is, is maar even erg als iedere andere dode. Het is niet alsof Claus ooit nog iets zou schrijven. Het verdriet van België verdwijnt niet met de man.Waarom zou het dan een groot verlies zijn voor de literatuur dat hij dood is? En kan iets überhaupt een groot verlies zijn als het in de eerste plaats een niet noodzakelijke maar net daarom zo waardevolle verrijking was?
Elke politicus, elke collega-schrijver, elke directeur van een culturele organisatie mag vandaag komen vertellen wat zo geweldig was aan Claus, en waarom het verlies danig groot is. De berichtgeving over de regeringsvorming waar de gemiddelde Belg inmiddels sowieso al immuun voor was geworden, verdwijnt nu helemaal naar de achtergrond. Bert Anciaux krijgt de kans om te bewijzen dat hij de gedichten van Claus heeft gelezen, Verhofstadt laat zich door het overlijden van onze grootste schrijver inspireren om zich zelf aan een wrochtsel te bezondigen, Lanoye en Verhulst zijn vandaag meer dan ooit verplicht om Claus als hun meerdere en hun rolmodel te erkennen, ikzelf schrijf voor het eerst in maanden weer iets op deze blog. Het riekt naar lijkenpikkerij. Luguber ook hoe amper een paar uur na zijn overlijden, zo heet van de pers als zijn lijk nog niet koud is, uitgebreide tekstjes op alle nieuwssites overal verschijnen, luguber te weten dat die tekstjes al jaren eerder werden geschreven, zodat men vandaag alleen nog de datum, de plaats en de omstandigheden van het overlijden hoefde in te vullen om te kunnen publiceren. So it goes.
Claus heeft veel geschreven. We mogen het vandaag niet zeggen, maar Claus heeft ook veel slechte dingen geschreven. Claus wist zich vooral te verkopen. Tot aan zijn dood heeft hij het goed begrepen. Hij sterft een paar weken na de vijfentwintigste verjaardag van zijn magnum opus en een dag voordat het verdrietige België eindelijk een regering krijgt. Respect!
Sunday, October 14, 2007
statistiek
en voor le petit prince un boa qui digérait un éléphant,
is nu gewoon een Gauss-curve.
Sunday, September 30, 2007
Sofie & the city
Het moest er toch eens van komen dat ik chicklit zou gaan schrijven…
Ik was dus bijzonder melancholiek vandaag. Zo zag ik er ook uit. Mijn haar was ongekamd, ik droeg lelijke rode laarzen en een slonzige broek, ik had mijn bril op om een kater te verdoezelen die niet het gevolg was van alcohol doch wel van een algehele frustratie met de complexiteit van menselijke verhoudingen en de wereld. Ik moest boodschappen doen met mama, we hadden om diverse redenen twee kilo pralines nodig. Die gingen we in Blankenberge kopen. Een slonzige uitstraling is bij uitstek in die kuststad die het lelijkste van de mensheid herbergt geen enkel probleem. Toen ik met mijn moeder en twee kilo chocola – wat zou dé psycholoog daarvan zeggen - door de Kerkstraat slofte, herkende ik in de verte plots de grijns van een schim uit het verleden. Ik vroeg me af wat die specifieke persoon in die specifieke gekke klederdracht daar specifiek stond te doen – op basis van sporadische updates over zijn leven kon ik oordelen dat het eerder ongewoon was dat hij daar stond en hoe hij daar stond – dat vroeg ik me nog harder af toen ik zag dat hij vergezeld was van een aantal andere schimmen uit het verleden met hun respectieve grijnzen. De link tussen deze schimmen en hun spottende blikken begon me te dagen, en wat de betekenis van deze samenscholing kon zijn stond me plots al te helder voor ogen: het vrijgezellenfeest van mijn ex-vriendje!
Het was me een hele confrontatie; ik had het ex-vriendje in kwestie nota bene drie jaar lang voortreffelijk ontweken. Edoch daar loop je dan te sloffen met je melancholie. Het grondige gegrijns van vroegere vrinden wees erop dat zij mij allang in het vizier hadden voordat enig begrip van de situatie in mijn trage hoofd doordrong. Vluchten was uitgesloten, en de straat was niet breed genoeg om een ruime bocht rondom hen te maken, zoals men wel eens pleegt te doen met enquêteurs of voorvechters van allerhande goede doelen. Helaas is mijn reactievermogen aan weinig sociale situaties aangepast, en heb ik aan een paar honderd meter niet genoeg voor het uitdokteren van een geniale overlevingsstrategie bij uitermate gênante confrontaties. Wat kon ik doen dan onhandig zwaaiend, breed glimlachend en schijnbaar zelfzeker ‘hallo’ te roepen naar het gezelschap, zonder evenwel oogcontact te maken met de protagonist van het vrijgezellenfeest, om vervolgens kranig door te stappen en pas veilig om de hoek toe te geven aan een kleine inzinking. Ik stuikte in een hoop tussen mijn zakjes van Leonidas.
maar ik heb nu tenminste leuke vrinden!